Wim Henderickx over MEDEA:

'De monologen van Peter Verhelst en de muziek ontstonden in een afzonderlijk creatieproces. Pas tijdens de repetities kwamen ze tot een symbiose en bleken ze wonderwel bij elkaar aan te sluiten. De drie invalshoeken tekst, muziek en regie worden versterkt door een drieledige confrontatie binnen het werk zelf. Oosten staat tegenover westen, elektronica tegenover akoestische instrumenten, passie tegenover verdriet...

De Turkse sopraan Selva Erdener kreeg geen taal in de semantische betekenis, ze vertolkt muzikale klanken die het drama van de tekst versterken. De muziek van protagonist Medea geeft de innerlijke wereld van pijn, liefde en verdriet weer op een introspectieve manier. Ze volgt de monologen van de acteurs niet, het is één groot lamento dat de ganse voorstelling muzikaal draagt. De zangeres wordt vergezeld door de duduk, een traditioneel Armeens instrument, dat de menselijke stem benadert.

Het muzikale materiaal bestaat uit één grote melodie die gekenmerkt wordt door het gebruik van kwarttonen (intervallen kleiner dan een halve toon) meestal op een heterofone manier uitgewerkt (gelijktijdig varianten spelen op eenzelfde melodie).

De elektronica zorgt voor een klanktapijt, een constante 'drone'. Zowel zang, instrumenten als acteurs worden versterkt, niet om te vervormen, maar om kleur te geven. Het geheel wordt ermee verrijkt en krijgt een extra dimensie.

De typisch westerse fluit, altviool en klarinet krijgen gezelschap van twee percussionisten (waaronder ikzelf) en een elektrische gitaar, die verrassend aansluit bij het introspectieve en melodieuze karakter van de muziek, maar er ook dwars tegenin gaat'.

Paul Koek (Veenfabriek) over MEDEA:

'Voor Medea heb ik gekozen voor een mise-en-scène die vanuit een specifieke uitgangspositie vertrekt. Geïnspireerd door de traditionele opstelling van Turkse en Arabische orkesten, plaats ik de muzikanten en acteurs gezamenlijk in een horizontale lijn tegenover het publiek. Op bepaalde momenten kunnen solisten uit deze lijn naar voren komen en weer terug keren in de groep.

Ik ben tot deze opstelling gekomen, omdat ik geïnteresseerd ben in de concentratie die dit tussen de muzikanten en acteurs oplevert. Anders dan in de halve cirkel waarmee de Westerse muziek doorgaans werkt, kan de concentratie van de Oosterse muzikant dankzij deze rechte lijn namelijk alleen maar op de oren gericht zijn. Je kan elkaar namelijk niet zien, en daarmee dus ook niet in de gaten houden.

Maar er lijkt ook een soort gezelligheid te verdwijnen die bij de halve cirkel lijkt te horen. Zo van: ’Zullen we even lekker gaan spelen?’

In lijn rugbyen we op de overwinning aan. In lijn trekken we ten oorlog….

Maar een lijn drukt ook gelijkwaardigheid uit en voor de gezelligheid komt er voor mijn gevoel een noodzaak in de plaats; een noodzaak om te spelen, te musiceren. Een noodzaak die juist aanvoelt bij de ellende die zoveel mensen in dit verhaal moeten ondergaan. Het is mijns inziens niet zo dat er in deze gruwelijk pijnlijke tragedie van gekrenkte trots en aangedaan onrecht te kiezen is voor iemands leed boven dat van een ander. In de mythe van Medea zijn er enkel verliezers en is het lijden voor iedereen even groot.

Daarom is de keuze van Wim Henderickx juist om voor Selva Erdener een lamento te componeren dat gedurende de hele voorstelling klinkt. Een smekende, jammerlijke melodie die uiteindelijk boven alles zweeft en de onmacht van de kleine mens voor het grote onrecht indringend voelbaar maakt; maar ook een melodie die er in slaagt ons allen op te tillen en mee te voeren naar een ander gebied, hoog boven de ellende uit; ons meevoert naar een gebied van troost en liefde.

De tekst voor onze voorstelling is allereerst de Medea van Peter Verhelst. Hij schrijft vier monologen waarin de gedachten en de gevoelens van elk hoofdpersonage gelijkelijk aan bod komen; waarin inzichtelijk gemaakt wordt wat hen drijft tot daden waarvan de consequenties niet te overzien zijn. Vier monologen, vier verhalen uit liefde voortgekomen, uit liefde gestuurd en uit liefde gehandeld.

Natuurlijk is Peter Verhelst vanuit de Griekse mythe vertrokken, maar heeft hij bij de vrouwen de liefde als uitgangspunt genomen en bij de mannen de relatie met het huidige Europa gezocht. Bij Kreon heeft hij vooral gedacht aan de staat waarin we op dit moment in de samenleving staan: het bloemenland Nederland dat zijn identiteit lijkt te verliezen, maar hebben de Nederlanders een duidelijke identiteit?

En Jason, de politicus: hij die de macht overneemt, niet uit politiek belang zo lijkt, maar uit opoffering. Zijn uitspraken reflecteren de huidige tijd en doen denken aan de redevoeringen die Westerse politici uitspreken en die zo briljant geschreven zijn dat elke schijn van eigenbelang vermeden wordt. Als nieuwe heilige doet hij alles enkel en alleen om de gemeenschap te dienen. Op weg naar een nieuwe wereld offert hij zich op voor het welzijn van iedereen.

Terwijl Glauke, de koningsdochter, die door de liefde overvallen plots weet waarom ze leeft en waarom ook zij kan liefhebben, haar noodlot tegemoet gaat en door die liefde absoluut het leven achter zich moet laten; een onbedoeld offer aan de schoonheid en de onschuld.

En tenslotte Medea die uit liefde handelt. Deze koningin die akelig consequent een nog immer actuele wanhoopsdaad verricht vanuit woede en verdriet dat zo groot is omdat ze in haar leven al teveel aan haar Jason gegeven heeft, zodat ze denkend en handelend in oorzaak en gevolg niet anders kan dan die wanhoopsdaad tot het einde te volbrengen.'

www.veenfabriek.nl

© Wim Henderickx 2013, Powered by BoomingBox